Willem Jan Otten: De wijde blik

Amsterdam: van Oorschot, 1992 (177 p)


"Een oefening, die wat uit de hand is gelopen?"

Willem Jan Otten intrigeerde me al langer, omdat ik hem op tv had gezien in een Ikon-interview vanwege zijn nieuwe toneelstuk. Bij dat interview droeg hij ook een eigen (religieus) gedicht van eigen hand voor. Verder woonde ik onlangs zijn lezing in Cinemariënburg bij, waarmee de Tarkovski-cyclus begon. Met recht een veelzijdig man.

Zeker te merken in dit boek dat hij dus ook filmrecensent en toneelschrijver is: een grote aandacht voor het beeld. Het gegeven van de blind geworden vrouw van de protagonist geeft natuurlijk al aanleiding genoeg om het over beelden te hebben (filosofisch), daarnaast blijkt de hoofdpersoon van tijd tot tijd voor de opdracht gesteld te worden te oefenen in scenario schrijven. Af en toe dacht ik dat de hele roman zulk een oefening is geweest, die wat uit de hand is gelopen. Toch is dit beslist geen script en echt wel een gewone roman te noemen. 
Dat de roman over de liefde gaat, het is haast onvermijdelijk in dit genre van de literatuur. Overspel hoeft niet perse het onderwerp te zijn van een roman, maar is het hier wel. Dat de protagonist op het toppunt van monogamie is, wanneer het overspel begint, vind ik in deze roman wel de vreemdste uitspraak. Het blijkt ook wel dat hij zeer vol van de jonge, vreemde vrouw is, maar daarentegen zijn wat oudere, vertrouwde eega nauwelijks ziet staan. Dat zij blind wordt maakt dit tot een wederzijds gebrek aan elkaar waarnemen. 
De ethische kant van het overspel lijkt wel onderwerp of thema te noemen, komt echter niet helemaal uit de verf. Het liefdesgebeuren wordt uiterst passief ondergaan. Het onderwerp pornografie, waar enige alinea’s aan gewijd zijn, heeft hier misschien mee te maken - al zijn de in dit boek afgedrukte bedscénes allerminst opwindend te noemen. 
Nogmaals, op het toppunt van monogamie een buitenechtelijke relatie beginnen? Het zal wel met de mid life crisis van de schrijver te maken hebben, die blijkbaar nogal ‘ondanks zichzelf’ beleefd wordt. Hij is monogaam, maar wordt ineens polygaam, met die maîtresse van hem - die overigens zelf een behoorlijk afstandelijke, puur erotische variant van paarvorming beoogt en voor wie de relatie eveneens een vorm van overspel is. 
Toch een pornografisch aspect onderscheid ik van dit boek, nu ik er nog eens over nadenk: het gaat veel over lust en heel weinig over geluk. Ik vond het boek spannend genoeg om het uit te lezen, al viel de plot wat tegen (het overspel van de vrouw met de oude docent). Het hoort echter niet tot de boeken waarvan ik het zonde vind als iemand het niet gelezen heeft. Voor mij het voornaamste, dat ik de dichter/toneelschrijver/filmrecensent nu ook van deze kant heb leren kennen. 

   Jan Croonen    13-11-97