Wied wint

Met veel enthousiasme ben ik er mee bezig geraakt, al stellen ze in het begin niet veel voor, die kersverse individuen van de soort Cannabis Sativa Neerlandica (Nederwiet). Van die iele stengels, elk met een paar blaadjes die net handjes zijn, met vijf of zeven vingers. Intussen groeien ze wel al tamelijk snel, enige centimeters per dag.

Dit zijn geen stengels meer, dit zijn kleine struiken. Heb ik ze iets teveel Pokon gegeven? Zou ik gewoon te goed voor ze zijn? Het is onderhand eng, zo snel als ze groeien. Ik zet ze waar ze het meeste licht krijgen, natuurlijk. Ze willen zoveel mogelijk zonlicht vangen. Ze wenden zich er hartstochtelijk naar toe; ik heb mij verplicht gevoeld ze af en toe om te keren, maar ben daar mee gestopt. Hun groeien naar de zon toe, daar kan ik me uiteindelijk toch niet tegen verweren.

Mijn inrichting ingrijpend aangepast. Aan de raamzijde krijgt de behoefte van Cannabis Sativa voorrang boven alles. Ik zorg dat geen kluit te droog of te nat aanvoelt. In al het water dat ik ze schenk zit Pokon. De laatste tijd is het de speciale organische, vloeibare mest van dat merk, dat ik in lauw water doe. Daar schijnt de bodem actief van te worden. Vorige week ben ik ermee begonnen en nu al komen uit mijn balkonbakken allerlei kleine geluidjes. Mijn planten zien er intussen prachtig uit. Blakend gezond.

In een luie stoel op het balkon gezeten, zie ik door het raam mijn planten, als in een etalage, binnen staan. Zij willen allen graag veel zon, voedsel, potgrond en warmte krijgen. Slechts een ding staat hen daarbij voor ogen, namelijk groot worden. Zo groot mogelijk worden, en zo vruchtbaar mogelijk. Nu kan ik daar best inkomen. Wat zou je zelf willen als plant? Ik rek me behaaglijk uit. Deze plant is zo verstandig geweest, denk ik bij mezelf, dat hij zich van zijn voortbestaan verzekert door de mens voor zich te laten zorgen, zoals zoveel andere gedomesticeerde planten, dieren, sommige mensen ook, in de evolutie der soorten dat altijd al hebben gedaan. (Is de mens niet de slaaf van zijn honden? Is de voortplantingsdrift van voedingsgewassen, zoals tarwe, niet de eigenlijke motor van de menselijke geschiedenis?)

Laag na laag van hun bladeren filtert het zonlicht weg. Fascinerend te zien, hoe doeltreffend die planten hun 'groeimotor' weten in te schakelen. Met zonlicht, voedsel, water en warmte hebben zij genoeg om van te leven, groot en schitterend van te worden alvorens hun leven te geven op het altaar van de tijd. Ze zijn eenjarig; zij leven maar een seizoen. Wat van deze individuen zal eigenlijk na deze spanne tijds verdwenen zijn? Wat achterblijft zal hun zaad, mijn stonedheid als ik ze oprook, de belofte van een nieuwe generatie zijn. Zo zie je maar, het leven gaat altijd door.

"Nee, laat ze zelf maar hun weg naar het licht zoeken", had ik toch gedacht?

Nou, ik heb het geweten! In korte tijd zijn mijn plantjes ruim de helft van het raamoppervlak gaan bedekken. Mijn flat is vrij ruim, maar zij zijn met zijn twintigen. Terwijl ik op van die iele, kleine balkonplantjes zoals vorig jaar had gerekend, ontwikkelen deze zich tot ware kasplanten. (Aanvankelijk was ik alleen maar vergeten om ze buiten te zetten, maar daar reageerden ze zo goed op...)

De planten bedekken nu driekwart van het raam. Ze beginnen steeds duidelijker iets als een eigen wil te tonen. Soms als ik net thuis ben voel ik het in de lucht hangen. Hebben ze weer een vergadering belegd.

Ze melden mij hun punten van bezorgdheid, zo nu en dan. Zo hebben ze meermalen over mijn roken geklaagd. De sigarettenrook, die ik gestaag mijn kamer inblaas als ik thuis ben, verdragen ze niet goed. Ze bekijken mogelijkheden om actie te voeren tegen mij. Laatst volgde daar zelfs een werkelijk ultimatum op.

Omdat ik me niets van hun dreigementen heb aangetrokken en stug door heb gerookt, is een groeistilstand van twee uur opgetreden.

Ik denk nu toch wel serieus na over het indienen van een klacht bij de klantenservice van V & D, met hun zogenaamde 'biovoedsel' van Pokon. Deze populatie begint me nu zeer ernstig onder druk te zetten.

"Okay,", zei hun woordvoerder vanmorgen na rijp beraad. "U kunt uit twee dingen kiezen: (1) u werkt mee, en stopt met roken, of (2) u blijft zich verzetten. In geval (2) zullen wij harakiri plegen. Wat zal uw keuze zijn? Zegt u het maar."

Deze actie gaat wel ver, zeg. Een collectief van twintig individuen dat met een gezamenlijke zelfmoord dreigt. Nog eens wat anders dan een of ander individu met een of andere hongerstaking.

Vandaag heb ik, demonstratief, mijn hele shag-voorraad in de vuilniszak gekieperd.

Je kunt me een zacht ei noemen, maar ik geef ze in steeds meer opzichten hun zin. Ik schaam me diep voor hun aanwezigheid en voor de manier waarop ik op ze reageer. Ik ontvang helemaal geen bezoek meer.

Ik kan niet naar mijn balkon toe - vannacht hebben ze de deur, terwijl ik sliep, met een of ander harsachtig spul vastgelijmd, er is geen beweging meer in te krijgen.

Het allernieuwste: ze hebben hun eigen toegang tot de waterleiding opgeëist. Collectieve wortels van de vensterbank naar de badkamer zijn verschenen. Polsdikke aderen waar een mens gemakkelijk zijn nek over breekt.

Ik mag niet meer van ze douchen. Zover komt het nu dus al. Ze klagen dat mijn waterrekening anders te hoog wordt. Als ik failliet ga en mijn huis uitgezet word, wat dan? Daar winnen ze ook niets mee. Mijn bewustgeworden planten. Het gas mag ik van ze gebruiken, maar hoelang nog?

Opperplant Cannabis Sativa Brutalica heeft de meterkast op slot gedaan, na afsluiting van de hoofdkraan van het gas. Al kan ik niet meer koffiezetten of koken, ik kan gelukkig nog wel televisie kijken.

De elektriciteit wordt nu toch heus wel te duur voor mij, zoals ze me vanmorgen in koor hebben toegeroepen. Op mijn knieën lig ik voor mijn zuidelijke raam en ben wanhopig. Wat kan ik doen?

Enfin, om alles maar genoteerd te hebben: de clan overdekt mijn hele raam en balkondeur. In de keuken verhindert een geraffineerd net van wortels haast iedere voor de mens nuttige activiteit. Wat hier voornamelijk gebeurt is het op gezette tijden openen van de kranen door Cannabis Sativa om zichzelf water te schenken. Ik lig de meeste tijd werkeloos op de vloer. Maar ik ben het die ze hun kunstmest geeft. Gelukkig kunnen ze wat dat betreft nog lang niet buiten mij. Speciaal moeilijk voor ze is het openen van de fles met vloeibare biologische Pokon, laat staan dat ze de gieter na gebruik op de juiste manier na zouden kunnen spoelen, wat immers met lauw water moet volgens het voorschrift. Welnu, de daarvoor onontbeerlijke warme kraan draai ik steeds muurvast dicht - dat was aanvankelijk nodig omdat het leertje vervangen moest worden, maar toen bleek dat alles eromheen zat vastgeroest - wat me nu wel onverwacht goed uitkomt, want zo blijven ze me tenminste nodig hebben, die lieve plantjes, al zou je ze niet zo gauw meer erg lief noemen, hoe ze zich tegenwoordig opstellen. Hoor ik daar een druppende kraan? Is dat de warme?

Het is zover, het is met mij gedaan. De clan heeft de oorlog gewonnen onderhand. Alle communicatie- en overlevings- mogelijkheden hebben ze me ontnomen. Zijn ze eenjarig? Ze willen het niet zijn. Ze willen zich in mijn woning voortplanten, ongestoord, tot in lengte van jaren.

Ik zie bijna nergens licht meer. Een uiterst zwak groen ontwaar ik nog aan de raamkant, dag en nacht met dezelfde intensiteit. Ik voel weinig meer. Gek, ik voel niet eens meer of ik mij beweeg, dan wel stilhoud. Steeds meer is vormloos geworden. Omdat ik mijn schrift en pen voortdurend onder handbereik heb gehouden kan ik dit nog vertellen, tenminste, ik geloof dat ik nog begrijpelijke dingen schrijf.

Ooit was ik zo dol op deze schattige plantjes - ze zijn wel erg veranderd, vastbesloten als zij kennelijk zijn, mij gezamenlijk om te brengen. Ik ben maar alleen, en zonder verweer. Ik hoop dat de woningbouwvereniging de gevolgen van deze geschiedenis financieel op kan vangen en er niet aan kapot gaat. Hoe duur is het oplappen van een flat, die doormidden is gescheurd? Door mijn vloer loopt een scheur die steeds dieper wordt. Maar Cannabis Sativa houdt wel van een beetje tocht...

Door mijn ziel loopt ondertussen ook een scheur. Hoe ik niet eens meer durf te verlangen naar een sigaret! Schrijf ik dit nog werkelijk? Waar is het vertrouwde krassen van mijn Parker over het oppervlak van mijn schoolschrift dan? Ach, wat maakt het uit; mijn vijand triomfeert blijkbaar. Ik haalde zojuist, geloof ik, mijn schouders op. Het galmt hier groen.
 

 

Nijmegen, 1993

JH Croonen