Hypocrisie van een koningsdichter

of: De Nijmeegse poezieprijs '97

 

Zondag 29 juni bezochten zestig mensen de feestelijke uitreiking van de Nijmeegse poezieprijs 1997 in O42. Tien genomineerden lazen wat voor uit de eigen inzending en kregen commentaar van de jury, die bestond uit schrijver Leon Gommers, die ook in het Nijmeegse literaire tijdschrift Parmentier schrijft, iemand van O42 (invalster voor Ellen Krutwagen,  redactrice van Parmentier) en de voorzitter, Victor Vroomkoning.

 

Dat commentaar was al niet mals, maar het slotwoord van Vroomkoning sloeg alles. Zozeer was de jury de kwaliteit van de inzendingen tegengevallen, dat de eerste prijs dit jaar helemaal niet uitgereikt werd. Als je verdriet hebt over een verbroken relatie, loop dan een blokje om, sneerde het onderwijzertje. Iedereen denkt maar te kunnen dichten... 
Dat praatje hadden de tien, op het eind van de avond op het toneel verzamelde inzenders, met ieder een ruikertje in de hand gedrukt, maar aan te horen, nadat het publiek via stembriefjes de plattelandsdichteres Wilma Goossen-Jacob zijn eigen prijs had toegekend. Daarna werd het, in het café, toch nog heel gezellig met hapjes en drankjes, maar of volgend jaar nog iemand zo gek zal zijn aan dit soort vertoningen te willen meedoen...? Echter, dat zijn maar mijn eigen gedachten. Van verontwaardiging over de neerbuigende, smadelijke houding van Vroomkoning heb ik verder bijna niets gemerkt. Nijmeegse inzenders hebben geen trots - misschien waren dit écht geen dichters... 
Conclusie: wie zichzelf als dichter serieus neemt stuurt eens wat op naar een tijdschrift of een uitgever, en laat de Nijmeegse poezieprijs links liggen. Voorts valt te overwegen hiervoor een alternatief te ontwikkelen waarin het amateurisme oprecht wordt beoefend, zoiets als een rederijkersideaal. Want tussen het ideaal van het ware dichterschap en het spelen met vormen van dichtkunst dient wel een keuze gemaakt te worden. In het kader van mijn alternatief zal de eerste prijs gewoon kunnen worden toegekend en blijft de inzenders het opvoedend bedoelde gezeik van een chagrijnige dorpsonderwijzer bespaard. 

    Nijmegen, zomer 1997 
 

    Jan Croonen