De Pettelaer

 

 

De norse polder in het nakende najaar
staart je met koeienogen stom aan en
knakt met zijn wilgetenen loeit
omzichtig om je tors

Donkergroen zwijgverbond over de lichtende weiden
in melknevels gehuld slapende, bijna dromende koeien zo zoet
in de vallende nacht, waarin de beul door het hakhout moet
om op je hart te gaan jagen