Ovidius en Boris Pasternak

Lezing op 17 december 1996 van prof. Ton Lathouwers

bij de uitgave van een vertaling

Een uitgelezen gezelschap verzamelde zich dinsdag om half acht in de sjieke boekhandel, waar een paar rijen stoelen van Hurama stonden opgesteld, de koffie bruin was en prof. Ton Lathouwers himself de binnenkomers begroette. Ans Molenaar, met wie ik daar kwam, kreeg van hem te horen, "jou ken ik eigenlijk alleen maar van de mensa hè" - hoewel zij al eens eerder met mij een lezing van de oude slavist bezocht had (in Diogenes, over Dostojewski, van de zomer).

Het ging over Ovidius vanavond. Een nieuwe vertaling van zijn poëzie bevatte "parallelle afbeeldingen, geen illustraties" van de Russische, hedendaagse, in Nederland verblijvende schilder Igor Valiulin. Deze Valiulin was trouwens aanwezig om boeken te signeren. Toch heeft Ton Lathouwers over Ovidius weinig gesproken. Hij is tenslotte slavist, dus besloot hij het hoofdzakelijk over de schrijver van de Russische, door een verfilming zeer beroemd geworden roman, Dr. Zhivago, te hebben. Pasternak dus. Als inleiding vertelde hij dat de Amerikaanse componist Cage aan zijn kennissen een keer als kerstkaart stuurde de wens, "Happy New Ears". Wij moeten alles als nieuw, voor het eerst zien, met nieuwe ogen ook; de vonk moet overspringen, waar de onderschatte Nederlandse schrijver Terborg het ook over had... Het raadsel is mooi weergegeven in een schilderij van Valiulin, waar een vrouw haar hoofd in een kooi heeft steken, een vogelkooi zonder bodem: iemand die uit de kooi van haar angsten wil breken, of iemand die haar geheim bedekt? De schilder weigert zijn beelden toe te lichten onder het motto, "het is wat u er in ziet". Hij illustreert Ovidius dus ook niet, zijn kunst loopt parallel aan diens poëzie.

Pasternak die in Dr. Zhivago Lara in haar schooljurk beschrijft en de vonk die overspringt naar de schooljongen, hem doet wenen, waar zij mee geladen is, de peilloze diepte van de vrouw waar de man buiten staat. Het mysterie van het leven, woordeloos gecommuniceerd... zoals in die beroemde icoon van x, drie engelen voorstellende, vrouwen natuurlijk, engelen zijn altijd vrouwelijk, welke drie engelen de drie-eenheid vormen, zwangere vrouwen zijn het eigenlijk, in de Russische ikonenkunst. Beeld dat je ook bij de middeleeuwse mystica Hildegard van Bingen terugvind, maar daar conserveren de vrouwen, terwijl ze hier stil zijn.

Erotiek kan de zuiverste beweging van het universum zijn, zegt Pasternak. Het is als een stukje metaal dat je precies tussen de polen van een hoefijzermagneet probeert te houden, een uiterst onstabiel evenwicht, zegt Lathouwers. Het is ontzagwekkend moeilijk het nieuwe te ontdekken, je glijdt makkelijk af naar bodemloze modder van banaliteit. Zodra je je in erotiek begeeft kom je in een web van tegenspraken terecht. Pasternak heeft er veel en openhartig over geschreven, m.n. in zijn brieven - en weet als geen ander hoe het banale ons dwingt 'een onmogelijke sprong' te maken. Het gaat niet om uitleven, niet om onthouding (op zich ook een vorm van erotiek) en ook niet om een of andere gulden middenweg.

Vergelijk ook Tolstoi in zijn Kreutzersonate: vrije sex (de moraal van een Wedekind) versus oosterse verstilling. Vergelijk verder Marsman die alle remmingen op wou ruimen... het gaat uitsluitend om een kunst die in de loop der eeuwen telkens opnieuw op een volkomen nieuwe manier de dingen vertellen kan. Te realistisch is al gauw banaal, er moet een geheim blijven (noodzaak van een esoterie, jc) - anders komt op het toneel terecht wat er niet thuishoort, de definitie van obsceen. Draagster van dit mysterie is de vrouw. Slechts in tegenspraken is de volheid van het leven aan te treffen.

Pasternak zegt dat iedere ontvangenis een onbevlekte ontvangenis is. Zoals in zeker schilderij van Valiulin: de engel kondigt er de maagdelijke geboorte aan van iets totaal nieuws.

"Ik heb beloofd het niet over de oosterse mystiek te hebben", zegt Lathouwers en beperkt zich tot een zin. "Ook de oosterse tantriek erkent de vrouw als zuivere mysterie-kenster." Tenslotte tekende ik van de bevlogen prof nog de volgende zin op. "Ovidius lijkt de meest erotische schrijver uit de oudheid (en dus op de meeste middelbare scholen steeds taboe geweest), maar is feitelijk heel zuiver."
 

Jan Croonen

Deze tekst is ook gepubliceerd op de site Maha Karuna Ch'an, zie
http://home.tiscali.be/fr012653/mkc/html/lezingen_ton.htm