Marcel Möring: Het grote verlangen

Amsterdam: Meulenhoff, 1992 (233 p.)

Marcel Moring

 

"De hoofdpersoon, Sam, heeft geen herinneringen, gevoelens of levensplannen"

"Ik kan schrijven wat ik wil" stelde MM in een interview met HN Magazine. Waarom schrijft hij dan geen goed boek in plaats van zo’n niemendal als Het Grote Verlangen? Waarom kreeg hij zelfs de AKO-prijs daarvoor? Men wenst tegenwoordig vlotte boeken, die onderhoudend zijn en uiterst dun van stof. Dat vormt het antwoord op beide vragen! 

De hoofdpersoon, Sam, heeft geen herinneringen, gevoelens of levensplannen. Zijn zuster Lisa vormt als het ware zijn sprekende geheugen. Zijn oudere broer Raph is zijn avontuurlijke evenknie, met wie hij dan ook een soort wereldreis van vagebonden maakt en later ook een wilde danstent bezoekt. Op het eind van het verhaal heeft Sam iets ontdekt waar hij kennelijk ook wel naar op zoek is geweest (maar dat was ‘verdrongen’): dat hij als kind ooggetuige is geweest van een noodlottig ongeval dat zijn beide ouders uit het leven heeft gerukt. 

Sam heet hij, een toch bij uitstek joodse naam. Toch volgt geen enkele verwijzing naar een joodse achtergrond, in dit boek nergens. Her en der door het verhaal heen worden popsongs geciteerd, zonder dat die inhoudelijk ergens mee in verband worden gebracht. Een gewelddadige scène met jazzmuzikant Echo, die door drie gangsters op motors geliquideerd wordt, heeft verder geen functie. Losse eindjes genoeg, zit daar een postmoderne bedoeling achter, zo van ‘de werkelijkheid zelf heeft óok geen structuur’? 

Omdat Sam naast herinneringen evenzeer emoties of verlangens ontbeert lijkt de titel wel erg ironisch bedoeld. Want zelfs de zoektocht naar zijn eigen identiteit (daar gáat het allemaal over) is er een zonder veel hartstocht, dus dat schiet uiteindelijk niet op. Dat kan ook nergens toe leiden. 

Het verhaal begint met een door hasjdampen omgeven relaas van zus Lisa. Ook die hasjdampen lijken er met de haren bijgesleept: later, als ze nuchter is gaat ze er niet samenhangender of anders door vertellen. Overigens wordt er veel gerookt in dit boek. Hier mág het nog, in de film immers niet meer... 

De afwikkeling van de plot is wel het saaiste gedeelte van deze roman. De plot is zelf ook hogelijk stereotiep. Ik heb dat verhaal tenminste wel vaker gelezen her en der. Het lijkt wel zo’n ‘broodje aap’ verhaal dat onuitroeibaar de ronde doet overal. 

In eerder genoemd interview geeft MM ook aan dat hij geen filosoof is (‘ik heb HAVO!’), maar de in dit boek opgenomen citaten van Levinas suggereren toch wat anders, een pretentie hier toch wel degelijk mee bezig te zijn. Ik denk dat MM van de filosofie wel iets aan verdieping op zou kunnen doen, waar de achterflap helaas nauwelijks simplificerend mag heten over de inhoud: "het laatste wat de mens in ondergang redt: liefde, compassie en seks." Ach, dus zo worden wij verlost en bevrijd... 

Misschien komt dit manco voort uit die merkwaardige uitspraak van MM, dat hij kan schrijven wat hij wil. Want wat wil de mens...? Misschien is groter schrijverschap weggelegd voor wie helemaal niet schrijft wat hij wil... 

Tot slot wil ik toch nog even zeggen dat de schrijver in dit werk er in slaagt een geweldig traag tempo aan te brengen, haast vergelijkbaar met de romantische Russische filmer Tarkovski, die hierom zeer bewonderd wordt, o.a. door de filmcriticus WJ Otten, en ook door 

   Jan Croonen      4-12-97 
    Marcel Möring is op het internet te bezoeken: http://www.xs4all.nl/~mmoring/