Ergernis

waarin de schrijver een inventarisatie maakt van vele aspecten die met dit interessante, maar schadelijke verschijnsel verbonden zijn

 

voor mijn zus Paula

 

 

 

Is ergernis niet erg? Het leidt je af, of is een reactie op afleiding, en neemt je in beslag. Je krijgt er kwade zin van, en erger. Je wordt heel erg boos. In elk geval word je er niet slomer van… Machteloze woede. Last van buren, daar gaat het bijna altijd om. Het kunnen echter ook medepassagiers in bus of trein zijn, of medewerkers in een firma met kantoortuinen. Het zijn vaak, maar niet altijd, betrekkelijk of volslagen onbekende mensen die je storen.

 

Geluiden vragen je aandacht… er zijn van nature geluiden die dat doen, alarmgeluiden zoals hondengeblaf en kindergeschrei. Al even natuurlijk kan een bezorgde reactie op allerlei geluiden zijn die overkomen als betredingen van jouw territorium. Vanouds, reeds gedurende miljoenen jaren in de evolutie, betekende die situatie dat je veiligheid bedreigd werd; daarom is je reactie nog steeds zo fel. Je wordt gealarmeerd, tot actie geprikkeld. Maar een actie van jouw kant is tegelijkertijd zinloos, want je leeft niet meer in de rimboe. Waar blijft in zo’n geval al die gemobiliseerde energie? In ergernis! De toestand dat je je naaste zou willen slaan, maar dit niet kan doen. Ergernis, de toestand die de psychopaat niet kent… Ergernis is het resultaat van remmingen.

 

Ergernis windt je op, maakt geprikkeld – maar niet aangenaam geprikkeld zoals bij seksuele opwinding. Het lijkt op jeuk, op ontstekingsreacties. Er is een metafoor aan ergernis verbonden die zich opdringt: ergernis is de geestelijke evenknie van een ontstekingsreactie. Een vreemd lichaam, een lichaamsvreemde substantie wordt uitgedreven. Het lichaam reageert met ontstekingsverschijnselen als inflammatie: rood worden, het toestromen van lymfe en bloed en eventueel het uitstromen van pus, dat de vuiligheid, de indringers weg moet voeren. Op vergelijkbare wijze reageert de geest met ergernis op “geestvreemde entiteiten”.

 

Zonder ergernis is het leven zo allemachtig mooi! Mijn luidruchtigste buren zijn op vakantie: ik heradem en leef op, ben een koning in mijn huis, in wat eindelijk weer mijn eigen huis mag heten. Ik ben souverein. Dan de dag die altijd weer te vroeg komt: zij komen thuis. Wat een ramp! Ik kalf af en word klein, weg is het soevereine gevoel, ik moet weer door de modder gaan, omlaaggehaald worden door de vernederende aanranding met vreemde geluiden.

 

Je word door iets afgeleid en dan word je door je ergernis in beslag genomen. Dat is het bijzondere van ergernis. Je had last van een storing, even later heb je last van je ergernis.

 

Niet ieder ding dat je aandacht eventjes afleidt leidt tot ergernis. Het kan een kwestie van kwantiteit zijn: op een gegeven moment is de maat vol. Daarnaast speelt de aard van de afleiding mee. Ik geef een voorbeeld. Als mooie muziek je afleidt is dit minder gauw een bron van ergernis. Zelfs als de tv van je buren hard aanstaat hoeft dit niet altijd storend te zijn. Ook speelt mee van welke persoon de storing afkomstig is. Als laagstaande personen je terneerdrukken is dit altijd erger dan wanneer hoogstaande personen dit doen.

 

Er zitten dus psychologische en sociologische aspecten aan ergernis, terwijl een analogie met medische toestanden zich opdringt. Ergernis is, als je het zo bekijkt, wel een erg “rijk” onderwerp!

 

Ergernis heeft in ieders leven een geschiedenis. Als je jaren lang aan veel teveel prikkels uit je omgeving bent blootgesteld, zou je als het ware een allergie kunnen ontwikkelen; je kunt er dan voortaan minder goed tegen. Er is altijd de mogelijkheid dat mensen ergens aan wennen, maar ook kun je juist een grotere gevoeligheid, een lagere pijndrempel ontwikkelen. Ergernis begint vaak klein en heeft dan de neiging te groeien – ook als de aanleiding op zichzelf constant blijft.

 

Naast persoonlijke aanleg speelt een algemene wetmatigheid aangaande menselijke natuur, dit is vooral psychologisch van aard: een mens moet een minimum aan autonomie ervaren om niet af te glijden in ellendige toestanden. Zo is ergernis ook te beschouwen als een tactiek om boven water te blijven in ego-bedreigende situaties.

 

 

Nijmegen, juli 2006

Jan Croonen