Zen en Dostojewski

Verslag van een lezing van professor Lathouwers,

als 9e etappe van de literatuurestafette in Diogenes, 14 mei 1996

Dertig personen, meest studenten, bevolken de rokerige, donkere ruimte van de studentensocieteit aan de Schaeck Mathonsingel te Nijmegen als de Leuvense, in Nijmegen getogen professor in de Russische literatuur, Ton Lathouwers, kort geintroduceerd wordt in het kader van een lezingencyclus over het individualisme in de literatuur.

Gewend als hij is Dostojewski gedurende een jaar in zijn colleges in Leuven te behandelen zal Lathouwers vanavond een uur lang spreken over deze negentiende eeuwse schrijver in het licht van diens verwantschap met het Japanse Zen-boeddhisme. Reeds toen hij in Nijmegen studeerde kwam Lathouwers in contact met de oosters georienteerde kritiek op het westerse gedachtengoed door professor Fortmann. Stelling: de mens is een zinloos feit, totdat hij plotseling in een ander licht komt te staan. Plotseling ja, 'sorry, maar zo is het'. Niet door zijn kuddeinstinct komt de mens in dat andere licht te staan...

De op 59-jarige leeftijd gestorven Dostojewski schreef als laatste boek De Gebroeders Karamazow, welk werk wellicht nog twee keer zo lang zou zijn geworden als Dostojewski langer had geleefd. In de verschillende broers (behalve de abjecte Smerdjakow) beschreef hij aspecten van zichzelf. Vooral in de jongste broer, Aljosja, die via ontgoocheling op ontgoocheling tenslotte tot een bevrijdend inzicht komt. Niet dankzij zijn leermeester Zosima overigens, die nogal een cliché-figuur is. Wat Aljosja zal bevrijden is de impasse, de paradox... De filosoof Chestow beschreef de 'crisis der zekerheden', het conflict van elkaar wederkerig uitsluitende evidenties, en evenals Kierkegaard en Nietzsche heeft Dostojewski deze crisis langdurig bestudeerd. De leermethode van de Zen-meesters stoelt op de koan, een paradoxale stelling die alle logica ondermijnt. 'Gaan staan waar je niet kunt staan'... als niets je meer kan redden, je volkomen over de schreef gaat, dan... tóch schrijven, uit inspiratie, kracht van... God?... vergelijk de filosoof Cioran.

Dostojewski was ingenieur, westers georienteerd. In een politieke beweging verwikkeld werd hij ter dood veroordeeld, welk vonnis op het allerlaatste moment veranderd werd in een verbanning naar Siberië. Wachtend op de kogel ging in een flits (plotseling) door hem heen: 'ik heb nooit geleefd - en nu is het te laat'. In het strafkamp kreeg hij epileptische aanvallen, waarbij hij zich (paradoxaal) extreem helder voelde. Hij vindt hier pas, in tegenstelling tot de intellectuele kringen van voorheen, tussen de moordenaars en verkrachters, echte mensen. Hij raakt gokverslaafd. Terug in de maatschappij begint hij dan zijn grote romans te schrijven. Zijn grote thema zou je, zoals in de Zen-filosofie, kunnen noemen: de muur zonder poorten... Professor Buitendijk heeft hier verhelderende dingen over geschreven in een monografie. De hemel zwijgt, alleen in jezelf tref je deze wijsheid aan, dat het onmogelijke mogelijk is, in een leegte die ook in gedeelten van het christelijke en boeddhistische erfgoed beschreven wordt; dat in vrijheid ALLES mogelijk is.

Zijn andere grote roman die wij kennen als Schuld en Boete, wat nogal een romantische vertaling is van wat eigenlijk Misdaad en Straf heet, draait helemaal om de bekering van de student Raskolnikow dankzij de levenslessen van Sonja, die hem wijst op de opwekking van Lazarus... vergelijk ook het korte verhaal De Droom van een Belachelijk Mens. Het gaat erom éérst te leven, en de nodige onzekerheid te ervaren, en dan pas de zin ervan zien. Wie deze volgorde omdraait loop het gevaar te moeten zeggen, wanneer hij sterft, 'ik heb nooit geleefd', zoals Dostojewski zelf op het moment vlak voor de verwachte executie.

Dit idee wordt door Zen-meesters wel aangeduid als 'dood de Boeddha in jezelf'. En wat is schoonheid? Schoonheid schuilt in tegenspraken. Dürenmat drukt het ergens zo uit: 'God liet ons vallen, en zo suizen wij op hem af'.

Overigens is in Dostojewski's leven door de periode in Siberië geen einde gekomen aan diens idealisme en engagement, zoals nergens duidelijker wordt dan in het filosofische verhaal 'de dialektiek van het kindertraantje'. Bekend is dat hij een grote knipselverzameling bij elkaar had gespaard met krantenberichten over kindermishandeling en -moord. Kan de moeder de beul van haar kind vergeven? Kan God het? Het kind zelf?... Er is geen vergeving mogelijk, er is geen hel... Levinas werd in Auswitsch bij een herdenking geciteerd: vergeef de beulen niet...

Terug naar De Gebroeders Karamazow: centraal staat een verhaal in dit verhaal: De Legende van de Groot-Inquisiteur.

Wil Christus (die in de vijftiende eeuw in Spanje terugkeert) niet het onmogelijke? Geloof zonder mirakelen? De groot-inquisiteur vindt van wel. Voor de massa althans, met hun 'angst voor de vrijheid' (Erich Fromm). Eenzaam, individualistisch, van hart tot hart bereikt Christus slechts een kleine minderheid. Christus blijft onder alle verwijten zwijgen, een kwelling voor zijn opponent. Mag ik naar de hemel, maar moeten anderen buiten blijven? Dan geef ik liever mijn toegangskaartje terug! Zo zegt Dmitri het ergens tegen Aljosja. Reeds Mozes kwam in opstand tegen het idee van de hel (voor de niet verloste massa), 'schaamt u zich niet, Jaweh!'... een veel vergeten passage.

Toch blijft Christus hierbij: geloof alleen wat je hart je ingeeft, dat het onmogelijke mogelijk is. De hemel openbaart ons niets... of, zoals een Zenmeester Lathouwers in Japan eens voorhield: 'even the Buddha cannot tell you what's inside you'.

Het einde van de legende wil dat Christus de Groot-Inquisiteur een kus geeft en dan door hem vrijgelaten wordt. Verder verandert er overigens niets in de houding van deze laatste...

Slechts op een plaats poogt Dostojewski weer te geven wat voor gevoel de Verlichting een mens kan geven, en eigenlijk is dat misschien al teveel, omdat woorden hier tekort moeten schieten. Het verhaal gaat dat Pascal zijn getuigenis van mystieke vreugde in zijn jas had genaaid, om het niet zelf te publiceren...

Men moet niet proberen (met woorden) de hoogste wijsheid vast te houden.

Na de pauze volgde een discussieronde met de zaal. De keten van oorzaak en gevolg dient doorbroken te worden. Dit gebeurt overigens niet in Schuld en Boete.

Wat betreft het naar voren gebrachte feit dat Dostojewski na de strafperiode door zijn gokverslaving en speelschulden als broodschrijver te betitelen was, antwoordde de prof dat dit geen verschil maakte voor de geestelijke waarde van diens romans. Het eigenaardige gegeven dat in al deze romans koortsachtige dromen een belangrijke rol spelen werd door iemand gememoreerd, maar daar ging de prof verder niet op in. Over een door mij geopperde parallel tussen 'de poortloze muur' en Kafka's in Het Proces opgenomen parabel over de poortwachter deed Lathouwers geen uitspraak, hij kende Kafka's werk niet goed genoeg. Wel verwees hij naar een parallel met de lessen van Don Juan (Castaneda): 'als je gelooft kun je vliegen', waarop ik zei van 'ja kunst, wanneer je vol mescaline zit' en dat wees de prof. zelf ook af in dat werk, daar ging het ook niet om.

De paradox over het niet te vergeven kwaad tegenover de niet te aanvaarden gedachte dat er een hel zou zijn waar ik iets over zei: ja, zo is het. De katholieke kerk stelt dat de hel bestaat, maar alleen is weggelegd voor hen die zondigen tegen de Heilige Geest, waarbij de definitie hiervan vaag wordt gelaten, zodat de hel wel bestaat, maar er niemand in is... (Het Calvinisme is wreder) Vergelijk ook (naast Chestow) Baudelaire en diens prangende vraag, 'aime tu les damnées?'

De vragen waren om elf uur op, na twee uur luisteren en debatteren was iedereen uitgeput, en met een krachtig advies aan de zaal, allemaal flink veel Dostojewski te gaan lezen, nam de prof welgemoed afscheid.
 

JH Croonen

Deze tekst is ook gepubliceerd op de site Maha Karuna Ch'an, zie  http://home.tiscali.be/fr012653/mkc/html/lezingen_ton.htm