Snede

 

Ik vermaak je, kijk,
met liefde naai ik je een oor aan,
vanzelfsprekend merk ik je lippen
en snaaks bespreek ik de snit
van ons patroon. Waar

we passen, elkaar gebruiken
als maat, als middel. Zie je,
je lacht om mijn coupe.

Het is niet waar we
overeenkomen dat we verblijf
zoeken, maar juist waar jouw lichaam
het mijne niet bedekt groeit het
verlangen naar een tekst: ik ben

hier, voor jou, voor jou in stof gestrekt,
is wat ik je zeg.

Zo paskwillig kluw ik de zijde
van de tijd. Ik geloof in
sterfelijkheid, het hulpeloos
grijs van elk feit, het letteren
van slopen, het glimmen van de naad
die slijt.

Jij zwijgt. De liefde kent geen figuur
dan één die als een spoel krimpt
of dijt, zeg ik. Jij zwijgt. Ik stik.
Jij blijft me te wijd,

want iemand moet toch uit je opstaan,
zeggend: je ligt mij
als een speld op een tapijt.