Het orakel van Monte Carlo

 

Ginds zag ik de schim van willem kloos
de schim van willem kloos te Monte Carlo
te Monte Carlo in het speelhuis willem kloos
oh kloos klotsende klok met schuimende klepel
waarom nu nog souvereigns pounds pecunia verspelen
er is geen toren meer die je kan horen

er zijn nu kleine gasfabrieken kloos
ateliers voor elastieken broeken kloos
bolle glazen koffiekokers
lezers die de kranten lezen
zeer gezochte geesteszieken
kamers voor het kleine hart
en harten voor sigarenas
en pas gewassen dameshaar

met aan de tafels vet en zwaar
hereboeren als een hoos

en verder alles is -aesthetisch-
voos

er zijn geen winkelmeisjes in een witte vlag
er is geen dag des heeren met een herenhuis
het badzout is nu kolengruis
het water is een winterdas
en dichters dragen micatranen in een winkeljas
gij kloos die hier met eigen schim rinkelend rondwaart
gij die hier de roulette radeloos draaien laat
waarom was je god zo diep in je gedachten
en waarom liep hij niet gewoon op straat
met gewoon een paar ogen hardharen vachten
en gewoon twee handen die de armen dragen
een paar armen aan het tandsteen van de aster
of het maagre handbeen van de roos
oh kloos je was een slechte rechter
en erger nog je was de slechte dichter
die aan de rechterhand des heren
die had het door:

de Vrede graast de kudde voor


Uit: Voor wie dit leest, Amsterdam: Querido, 1966 (pag. 197)
Uit: Triangel in de jungle, Den Haag: Stols