WANNEER

 

Wanneer de brem nog maar iets geler was
en niet de regen zo hardnekkig stralen
aan stralen toevoegde, kon ik het ras-
echte genot van mijn kamperen halen

uit dit verblijf op zwarte heidegrond
in een ten naastebij verdronken tent.
De herten ruiken op een afstand lont,
de zon verplaatst zich aan het firmament

en gaan tot overmaat van ramp nog onder.
Er zit geen olie in mijn stormlantaren.
Ik lig mij in te leven in het wonder.
De lezer dreigt weer in mijn droom te staren.

 

WEER IS HET NACHT

 

Weer is het nacht, verzonken klokken luiden,
een gore wolk hangt om de scherpe maan.
Het kerkhof droomt, waar oleanders staan,
en zerken om de graven aan te duiden.

De spanning stijgt. De wijzerplaten slaan.
De klokken durven niet meer goed te luiden.
Er stroomt een grote luwte door het Zuiden,
het is het uur dat graven open gaan.

De deksels klappen van de stenen kisten.
De doden stappen er ontredderd uit.
Zij hebben mos en huislook op hun schedels.

Iets onnavolgbaar droefs en ook iets edels
spreekt mee uit de afwezigheid van huid.
Hun blikken missen iets, waar wij van wisten.

 

HEET VAN DE NAALD

(fragment)

IK SLUIT ME OP IN DE GROTE STAD
en heb hier mijn kamer
gemeubileerd met
boeken boeken boeken boeken

zij woont ergens anders
haar man is sympathiek
haar kinderen worden groter
dan komt er eentje bij

ik reken terug
in welke nacht is het gebeurd
had ik een nachtmerrie
of zat ik gewoon te lezen?

ik heb haar adres
en verneem alles omtrent haar
via tussenpersonen
(via tussenpersonen)

(…)

een kamer heeft vijf wanden
van vijf kanten
begonnen radio's te spelen
denken verboden

en uit het open raam
nog twee en dertig
gooi een atoombom
op Hilversum

dan kunnen we tenminste
bij het wakker worden
weer denken en
de verbindingen opnemen

met de cultuur
ook ingeval we de na-
tuur per ongeluk
niet meer onder ogen

durven te zien
omdat we een vrouw
verspeeld hebben
tegen wier ogen

we niet konden,
omdat we het
kort en goed
verkeerd gedaan hebben!

zij had haar
en zij had ogen
welke de juiste kleur hadden
namelijk zwart

met blonde vrouwen vrijen,
is zoiets als homosexualiteit
het is onzedelijk
het heeft geen zin

Uit: Komrij, 1980

 

ANEKDOTE

De gracht een lasso om het eng plantsoen,
(alsof zich zo het paradijs liet vangen!) –
er zijn wat trotse bomen blijven hangen,
gevangen in een kluit ontkleurend groen;

en zelfs een bank, een uitgesproken bank!
met twee zich minnenden, wier monden kleven
in het verband dat, opgevat als leven,
het voorwerp werd van hun oprechte dank.

Tegen de avond nadert hier een zwaan:
een knobbel om zijn veren in te vetten,
een rode snavel en een zwarte traan –
straks wordt hij doodgegooid met bruidsboeketten.